Een aap met een midlifecrisis

Niemand ontkomt eraan: Het Grote Verval. Haren worden grijs of verdwijnen van plaatsen waar ze wél horen, om vervolgens op te duiken op spots waar ze ongewenst zijn. Na het opstaan duurt het steeds langer voordat je gezicht weer enigszins in de plooi zit, aan je onderarmen bungelen twee kipfilets en als je op de weegschaal staat, moet je eerst je buikje intrekken alvorens je je gewicht kunt aflezen. De ouderdom is een lastig fenomeen: iedereen wil oud worden, niemand wil het zijn. 

In onze westerse wereld wordt veel waarde gehecht aan schoon- en jeugdigheid. Wie jong is, heeft de toekomst, wie oud(er) is, wordt afgeserveerd. Niet voor niets wordt het, naarmate de jaren vorderen, steeds moeilijker om nog van carrière te switchen. Volgens vele -logen en -gogen is juist het westerse ideaal van “jong, snel en wild” debet aan het ontstaan van de midlifecrisis. Een midlifecrisis draait immers om de overgang van de ene levensfase (jong) naar de andere (oud), en de moeite die de persoon in kwestie daarmee kan hebben. Veel mensen hebben, al dan niet onbewust, lange tijd ontkend dat ook zij sterfelijk zijn en dus niet ontkomen aan het proces van ouder worden. Pas wanneer deze ontkenning niet vol te houden is, staat de deur wagenwijd open voor de midlifecrisis met alle bijbehorende fases. Maar de midlifecrisis is meer dan alleen een psychisch fenomeen.

Biologische dip?

Uit onderzoek blijkt, dat mensen zich het gelukkigst prijzen tijdens hun jeugd en naarmate de levensjaren gaan tellen. In de tussenliggende periode, globaal gezien tussen het 35e en 50e levensjaar, wil het met het levensgeluk allemaal niet zo vlotten. Dit leidt overigens lang niet bij iedereen tot het ontstaan van een midlifecrisis, maar een feit is wel dat ons “gelukspatroon” U-vormig is (hoogtepunten aan begin en einde, diepste dal in het midden). Maar dit treft niet alleen mensen: ook chimpansees en orang-oetans kennen U-vormig geluk. Chimpansees waren gemiddeld het meest ongelukkig tijdens hun 28e levensjaar, de orang-oetans rond hun 35e. Gezien de gemiddelde levensverwachting van chimpansees en orang-oetans, staan deze leeftijden gelijk aan die van de mens op 40- tot 45-jarige leeftijd. De midlifedip lijkt dus niet alleen een psychische, maar ook een biologische oorsprong te hebben.

Geplaatst in: Midlife medisch

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *